70 jaar geleden is harmonie St Caecilia opgericht onder leiding van Mister Hiddink.
Het afgelopen jaar heeft toneelgroep Ons Eygen Landt in samenwerking met Caecilia een
zestal uitvoeringen gegeven in het openlucht theater Joe Mann. Hierin wordt op komische
wijze deze gebeurtenis in beeld gebracht.
Na onderstaande foto volgt een verslag van de gebeurtenissen zoals die hebben
plaatsgevonden in 1927 .
70 jaar geleden Officieel werd harmonie St. Cecilia op 21 juni 1927 opgericht. Maar
daar was wel het nodige aan vooraf gegaan. Best had al een harmonie met de naam De
Eendracht. In 1926 werd door het bestuur van De Eendracht besloten om een piano voor f
1.000,- te kopen. Meester Hiddink, die de nieuwe leden binnen het muziekkorps opleidde,
was het niet eens met die aankoop. Hij was zelfs zo sterk tegen de komst van de piano
gekant, dat hij De Eendracht verliet. Ook een aantal door hem opgeleide muzikanten
vertrok. De 'afvalligen' repeteerden samen in een schuur. Dat leidde tot de nodige humor
bij de muzikanten. Zo deed onderling het versje de ronde:
Ze zitten in een stal,
Het is een twintigtal
Ze hebben horens en kunnen loeien
En toch zijn het geen koeien.
Naast de humor was er de wil om officieel als harmonie erkend te worden. Daarom
organiseren meester Hiddink en mijnheer Prinsen een oprichtingsvergadering. Zo wordt op 21
juni 1927 de oprichting van een tweede harmonie een feit. De vereniging wordt genoemd naar
de patroonheilige van de muziek: St. Cecilia.
Twee muziekgroepen in een dorp, dat leidde tot felle discussies, waar iedere Bestenaar
iets over te zeggen had. Twee jaar lang zal de kwestie de gemoederen in Best bezighouden.
Voor de leden van St Cecilia was het duidelijk: ze wilden dezelfde rechten en vergunning
als De Eendracht. Het eerste wat geregeld moet worden is de repetitieruimte. Het was
volgens de politieverordening verboden om in het openbaar te repeteren en musiceren.
Onmiddellijk na de oprichting wordt bij het college van B en W toestemming gevraagd om te
mogen repeteren in cafe Leijtens. Na heel wat geharrewar krijgt het bestuur van St.
Cecilia te horen dat ze bij de burgemeester een verzoekschrift moet indienen. Dat gebeurt,
maar niet erg subtiel. De oprichters van St. Cecilia sturen het verzoekschrift naar
burgemeester Dobbelaere. Daarin vermelden ze dat ze zich tegengewerkt voelen en dat ze hun
beklag bij de commisaris van de koningin zullen doen als ze geen vergunning krijgen om te
repeteren. Ondertussen repeteren de leden rustig door, als is het dan niet in het
openbaar!
De burgemeester, gepikeerd door de toon van het verzoekschrift, laat weten dat hij het
verzoek heeft ontvangen en dat hij er zijn volle aandacht aan zal geven. Vervolgens blijft
het heel lang stil. In de wandelgangen blijft het echter niet zo stil. Een lid van de
harmonie heeft van de veldwachter gehoord dat de burgemeester de vergunning niet wil
verstrekken. Het bestuur voert haar dreigement uit: er wordt een brief naar de commisaris
van de koningin gestuurd. Als deze uitleg bij burgemeester Dobbelaere vraagt, reageert die
nijdig. De muzikanten kunnen een verzoekschrift indienen, maar dan zonder dreigementen! De
verhouding tussen de burgemeester en St. Cecilia wordt door een aantal incidenten steeds
slechter. Uiteindelijk besluit de burgemeester op 12 november 1927 dat er geen vergunning
voor openbare repetities en uitvoeringen wordt gegeven. Een tweede harmonie binnen Best is
volgens hem in strijd met het algemeen belang. Een beslissing die de gemoederen binnen het
kleine dorp flink bezighoudt. Opnieuw richt het bestuur van de harmonie zich tot de
commissaris van de koningin. Met succes: hij begrijpt de beslissing van Dobbelaere niet.
Dat leidt tot een ruzie. Uiteindelijk geeft Dobbelaere de commissaris van de koningin
gelijk: hij zal de vergunning verlenen, maar wil er de verantwoording niet voor dragen. De
vergunning lijkt binnen... Maar Dobbelaere stelt de afgifte van de vergunning uit. De
relatie tussen de burgemeester en de harmonie wordt steeds slechter. De burgemeester
probeert zijn gelijk te halen bij de Minister van Binnenlandse Zaken, de harmonie zelfs
bij de koningin. Dat laatste wordt een succesje: op 6 februari 1939 wordt St. Cecilia bij
Koninklijk Besluit als vereniging goedgekeurd. Gesterkt door dit succes én door de
talrijke ruzies met burgemeester Dobbelaere wil St. Cecilia een uitspraak van de koningin
over de hele kwestie. Dat is niet meer nodig, want op 1 oktober 1929 neemt Dobbelaere
ontslag. Op 2 oktober vraagt de harmonie opnieuw de benodigde vergunning aan. Die wordt
vrijwel onmiddellijk verleend. Na twee jaar strijd kan St. Cecilia zich eindelijk richten
op haar doel: musiceren. Nog hetzelfde jaar verbeteren de verhoudingen tussen De Eendracht
en St. Cecilia. Ze hebben dan allebei hun eigen plekje binnen Best weten te vinden.